Zwanger en zwangerschap


Een zwangerschapsduur tussen 37 en 42 weken wordt als normaal beschouwd. De periode van 37 tot 42 weken wordt de "à terme" periode genoemd.

Na ongeveer zestien weken kan de zwangere vrouw de baby voelen bewegen (schoppen). Bij een tweede en latere zwangerschap voelt of herkent de vrouw dit vaak wat eerder dan bij de eerste zwangerschap, omdat ze nu weet hoe dat aanvoelt. In werkelijkheid beweegt het kind echter al veel eerder; sommige moeders voelen al beweging voor de twaalfde week.

Gedurende de eerste drie maanden van een zwangerschap (het eerste zwangerschapstrimester) voelt een gedeelte van de aanstaande moeders zich vaak misselijk, en kan de geur van sommige levensmiddelen (bijvoorbeeld koffie) als zeer onprettig worden ervaren. Het is mogelijk dat deze toestand het embryo beschermt tegen stoffen die schade kunnen berokkenen.

Gedurende de middelste drie maanden van een zwangerschap voelen de meeste aanstaande moeders zich beter dan ooit.

Pas gedurende de laatste drie maanden gaat het kind in de baarmoeder veel energie vragen: Het groeit snel en neemt toe in gewicht. Daardoor voelen aanstaande moeders zich sneller moe. Een zwangere vrouw komt gemiddeld ongeveer twaalf kilogram aan (sommige tot 25) gedurende de zwangerschap; slechts ongeveer een derde daarvan is het gewicht van het kind zelf. De rest van het kilo’s zitten het extra bloedvolume in het lichaam van de vrouw, de moederkoek, vruchtwater en wat extra vetweefsel in de borsten. Het duurt enkele maanden na de bevalling voordat het lichaam van de vrouw weer is hersteld naar de toestand van voor de zwangerschap.