De 5 verschillende fases bij een
bevalling
Elke bevalling kun je onderverdelen in verschillende fases, het
zijn er vijf in totaal. Hoelang een bevalling duurt, wordt vooral
bepaald door de duur van de ontsluitingsfase. We vertellen je graag
iets meer over iedere fase en de kenmerken daarvan.
Fase 1: de overgangsfase
De laatste weken van de zwangerschap kan het zijn dat je vaak
harde buiken hebt: de baarmoeder bereidt zich voor op de aanstaande
geboorte. Je kunt last hebben van een menstruatieachtig gevoel in
de onderbuik of onderrug, de afscheiding neemt toe en soms verlies
je wat slijm. Ook het slapen wordt lastig(er) en meestal kun je
niet meer erg lang in dezelfde houding zitten of liggen.
Fase 2: de latente fase
In deze fase zijn er regelmatige samentrekkingen waardoor de
baarmoedermond verweekt. De eerste krampen die je voelt, zijn bijna
nooit pijnlijk - het zijn immers nog geen echte weeën, maar
voorweeën die ervoor zorgen dat de baarmoedermond verstrijkt,
soepel wordt en zich een klein stukje kan openen. De meeste
bevallingen beginnen overigens met deze weeën terwijl bij ongeveer
15% van de vrouwen eerst de vliezen breken. Je hebt in deze
fase korte krampen die elkaar soms snel opvolgen (ongeveer elke 5
minuten), maar meestal zit er nog aardig wat tijd tussen (elke 10
minuten). Ook kun je wat bloederig slijm verliezen. De duur van
deze latente fase is niet voor iedereen hetzelfde: soms gaat deze
fase na een paar uur al over in de actieve of ontsluitingsfase,
soms kan deze fase een hele dag duren.
Fase 3: de ontsluitingsfase
Wanneer de baarmoedermond ongeveer 3 tot 4 centimeter geopend is,
de krampen binnen 5 minuten terugkeren en een volle minuut
aanhouden, dan is de ontsluitingsfase begonnen. De krampen die je
nu hebt, noemen we weeën en deze zijn inmiddels zo heftig dat je
moeite moet doen om te ontspannen om de weeën op te vangen. Bij een
eerste kindje is het tempo van ontsluiten gemiddeld 1 centimeter
per uur wanneer de weeën elke 3 minuten terugkomen.
Ben je al eerder bevallen, dan kan deze fase behoorlijk wat
sneller verlopen, ongeveer de helft van de tijd van een eerste
bevalling. Onder invloed van de weeënkracht daalt je baby verder in
en maakt het een begin met de spildraai.
Heb je bijna volledige ontsluiting (10 centimeter) en is je baby
volledig 'gespildraaid' en verder ingedaald, dan krijg je tijdens
een wee een drukgevoel, alsof je nodig naar het toilet moet.
Wanneer dit gevoel zo sterk wordt dat je de neiging om mee te
drukken niet kunt weerstaan, dan is de ontsluiting meestal volledig
en kun je gaan persen.
Fase 4: de uitdrijvingsfase
Een nieuwe fase is aangebroken….. Voor sommige vrouwen is het een
echte opluchting om (eindelijk) mee te kunnen werken in plaats van
'alleen maar' de pijn op te vangen. Anderen vinden het juist heel
lastig om om te schakelen en moeten er eerst even 'inkomen'.
Is dit je eerste bevalling, dan duurt deze fase gemiddeld een uur.
Dat betekent dat er vrouwen zijn die korter persen, maar ook die er
langer over doen. Ook dat is normaal. Ben je al eerder bevallen,
dan zal het persen een stuk sneller gaan, net als bij de
ontsluitingsfase het geval is.
Wanneer na deze inspanning je baby geboren wordt, overheerst
natuurlijk een gevoel van opluchting en blijdschap. Van harte
gefeliciteerd! Ongeacht in welke houding je bevallen bent, het is
voor je baby belangrijk om direct na de geboorte de warmte van jouw
lichaam te voelen en tot rust te komen.
De nageboorte
Je kindje is geboren, maar hoe vreemd dat misschien ook klinkt: de
bevalling is nog niet helemaal klaar. Ook de placenta (of
moederkoek) moet nog geboren worden. Meestal gebeurt dit binnen 15
minuten, maar het kan soms ook langer duren, tot maximaal een uur.
Als ook de placenta geboren is, is de bevalling helemaal achter de
rug. Omdat de placenta een wondgebied in de baarmoeder achterlaat,
zul je de eerste dagen vrij hevig vloeien. Dit wordt na een aantal
dagen wel minder, maar al met al kan het bloedverlies doorgaan tot
6 weken na de bevalling. Ook dit is weer een gemiddelde; bij
sommige vrouwen is dit na 2 al weken over.