Hoeveel kraamzorg krijg ik?
Zoals u inmiddels al gehoord heeft is sinds 1 januari 2006 het Landelijke Indicatie Protocol ingevoerd. De zorgbehoefte wordt op drie momenten geínventariseerd door de intaker en/of de verloskundige.
- 1e moment tijdens de intake (indicatie door intaker)
-
2e moment kort na de bevalling (herindicatie door verloskundige)
-
3e moment in de kraamperiode (herindicatie door verloskundige)
Op basis van deze inventarisatie ontstaat bij de (toekomstige) kraamvrouw, intaker en verloskundige duidelijkheid over welke zaken belangrijk zijn om verantwoorde zorg in dit kraamgezin te kunnen bieden. Het beantwoorden van deze vragen leidt tot het formuleren en vaststellen van de zorgbehoefte.
De minimumomvang van de kraamzorg bedraagt gerekend vanaf de dag van de geboorte van het kind 24 uur, hierbij is de partusassistentie niet meegerekend en het maximum aantal uren kraamzorg is 80 uur verdeeld over 10 dagen, hierbij maakt partusassistentie onderdeel uit van het totaal aantal uren kraamzorg. Het is aan de verloskundige om te beoordelen of kraamzorg op de 9de, of 9de en 10de dag nodig is.
Om u een indruk te geven op hoeveel uren u geïndiceerd zult worden tijdens de eerste indicatie kunt u onderstaande vragenlijst invullen. U dient elke vraag met een ja of nee te beantwoorden.
Dit is een eerste voorlopige indicatie. Na de bevalling wordt er opnieuw geïndiceerd en kan er van bovenstaande uren afgeweken worden.
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de uitkomst van dit formulier.



