Aanlegtechnieken

Verschillende aanlegtechnieken
Bij het geven van borstvoeding en de aanlegtechniek die je daarbij gebruikt, is het belangrijk dat je een houding uitkiest waar je je prettig bij voelt. Door van houding te wisselen, worden andere melkgangen gestimuleerd, wordt de borst beter leeggedronken en kunnen pijnlijke tepels en verstopte melkkanalen voorkomen worden.

 

Liggend op de zij voeden

Zijligging 

In deze houding is het belangrijk dat:

  • jouw schouder onder het kussen ligt;
  • je op je zij ligt, met een arm onder je hoofd of om de baby en een kussen in de rug;
  • de baby ook helemaal op z'n zij ligt;
  • de tepel en het mondje in elkaars verlengde liggen;
  • de baby bij het aanleggen met de knietjes tegen jouw buik aanligt omdat het neusje dan automatisch vrij komt (behalve bij gestuwde of grote borsten);
  • de bovenliggende arm gebruikt wordt om je baby dichterbij te brengen als het gaat slapen.

 

Liggend op de rug voeden

Dit is vooral een prettige houding na een sectio (keizersnede), wanneer de voeding rustiger moet verlopen omdat de toeschietreflex heftig is of wanneer de melkproductie te groot is.

In deze houding is het belangrijk dat:

  • je zittend aanlegt en daarna op de rug gaat liggen;
  • je een kussen onder het hoofd hebt en eventueel ook onder de schouders;
  • je kindje op z'n buikje op jou of op een kussen naast jou ligt;
  • je het voorhoofdje steunt, zodat je kindje niet met zijn neus in de borst zakt;
  • de baby met zijn kin vlak tegen de borst aanligt en met de onderkaak voldoende houvast heeft; 

 

  Zittend voeden (madonnahouding)

 

 

Madonna

 

 In deze houding is het belangrijk dat:

  • de tepel en mond in elkaars verlengde liggen;
  • de buik van jouw baby tegen jouw buik of borst aanligt;
  • oren - schouders - heupen op één lijn liggen;
  • de baby goed gesteund wordt en niet aan de tepel gaat 'hangen';
  • je niet te veel voorover leunt omdat de baby dan niet goed met zijn tong onder de tepelhof kan komen, waardoor hij te weinig houvast heeft.

 

Bakerhouding (Rugby)

 

 

Rugbyhouding

 

In deze houding voedt je zittend, met je baby onder de arm. Het stimuleert vooral het leegdrinken van de zijmelkingangen.  Een groot voordeel van deze houding is, dat je het gezicht van je kindje heel goed kunt zien. De Bakerhouding is zeer geschikt bij:
- aanlegproblemen
- zware borsten
- stuwing
- tepelkloven
- vlakke tepels
- na een sectio/keizersnede
- bij een prematuur, groot kind én een tweeling

In deze houding is het belangrijk dat:

  • jullie zonder inspanning dicht genoeg tegen zich aan blijven, een extra kussen kan hierbij helpen;
  • je het kussen naast je legt, gedeeltelijk op schoot;
  • je baby op het kussen ligt met z'n benen onder jouw arm en de billetjes vlakbij de elleboog;
  • het hoofdje rust op jouw hand, waarbij je met je onderarm het ruggetje ondersteunt.