Complicaties

Soms kunnen bij het geven van borstvoeding complicaties ontstaan. De meest voorkomende hebben we hier genoemd, waarbij we je ook graag tips geven hoe je hier mee om kunt gaan.

Pijnlijke tepels/tepelkloven
Iedere vrouw is anders en iedereen zal daarom het zuigen aan de borst ook anders ervaren. Sommigen vinden alleen het aanzuigen wat gevoelig, anderen ervaren de toeschietreflex als een stekend gevoel. Voor een aantal blijft de tepel gedurende de hele voeding gevoelig. Maar na het eerste aanzuigen mag het voeden eigenlijk niet pijnlijk meer zijn. Is dat wel het geval, dan is dat vaak een teken dat de baby iets klemt of wrijft met zijn mondje, wat kloven tot gevolg kan hebben. Het verbeteren van de aanlegmethode waardoor de baby de tepel verder in z'n mondje krijgt, is een veel gevallen de oplossing.

Wat je verder nog kunt doen:

  • Gebruik moedermelk als een soort zalf door dit op de tepels te doen;
  • Kijk goed of de tepel er na een voeding mooi rond uit komt; is dat niet zo en is deze 'afgeknepen', dan kan dat het gevolg zijn van niet goed aanhappen;
  • Gebruik eventueel een crème zoals Purelan (Medela);
  • Wissel het aanleggen van je baby tijdelijk af met afkolven;
  • Schakel deskundige hulp in wanneer het aanleggen niet verbetert.

[Naar boven]

Verstopt melkkanaal of borstontsteking
Soms kan een melkkanaal verstopt raken waardoor aan de buitenkant een pijnlijke verdikking voelbaar is. Dit kan de voorbode van een borstontsteking zijn. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat je een verstopt melkkanaal op tijd opspoort en behandelt. Controleer daarom na iedere voeding of je borsten soepel zijn en masseer eventuele verdikkingen 'weg'. De meest voorkomende reden van een verstopt melkkanaal is het niet goed leegdrinken van de borst. De 'stilstaande' melk is namelijk een goede voedingsbodem voor bacteriën.

Borstontstekingen kunnen zowel van binnenuit (door een verstopt melkkanaal) als van buitenaf ontstaan. In het laatste geval is een bacterie de borst binnengedrongen, bijvoorbeeld bij tepelkloven. Een echte borstontsteking herken je direct: je hebt hoge koorts en een grieperig gevoel.

Adviezen bij een borstontsteking:

  • Ga bij hoge koorts naar de huisarts voor een antibioticakuur;
  • Ga (ondanks het pijnlijke gevoel) toch door met borstvoeding geven;
  • Neem rust en drink veel om de genezing te bevorderen;
  • Neem een goede hygiëne in acht!

[Naar boven]

Kort tongriempje
Sommige baby's hebben bij de geboorte een zeer kort tongriempje. Op latere leeftijd kan dit tot problemen leiden bijvoorbeeld bij het bespelen van blaasinstrumenten, ijsjes likken en volgens sommigen ook bij spraak. Daarnaast kan het tongriempje ook te kort zijn om effectief te kunnen drinken aan de borst (of aan de fles!).
Heb je het idee dat jouw baby een kort tongriempje heeft waardoor het aanzuigen moeilijk gaat of wanneer jij daardoor last krijgt van pijnlijke tepels, dan kan het tongriempje door een KNO-arts doorgeknipt worden. Dit is een zeer kleine ingreep en je zult waarschijnlijk merken dat daarna het drinken aan de borst beter verloopt! In de thuissituatie zorgt de verloskundige voor een doorverwijzing; ben je nog in het ziekenhuis dan wordt je via de kinderarts doorverwezen.

[Naar boven]

Stuwing
Van de tweede tot de zesde dag na de geboorte kan er in meer of mindere mate stuwing optreden. Stuwing ontstaat doordat extra bloed en lymfevocht naar de borsten vloeit om ze als het ware voor te bereiden op de (toegenomen) melkproductie. Om stuwing te minimaliseren moet je ervoor zorgen dat je je baby goed aanlegt; laat tevens je baby onbeperkt drinken.

Wat kun je verder nog doen om stuwing te verlichten:

  • De borsten tijdens het voeden of afkolven zachtjes masseren;
  • Zorg ervoor dat de borsten goed geleegd worden; leg de baby veel aan en kolf de borsten zo nodig een aantal keren leeg;
  • Zorg ervoor dat de borst warm is als je gaat voeden omdat dan alle bloedvaten goed open gaan staan; gebruik hiervoor eventueel een warme doek of kruik;
  • Koel de borsten eventueel na de voeding om het pijnlijke gevoel te verlichten;
  • Wanneer de stuwing zo ernstig is dat de borst zich niet meer laat legen, schakel dan deskundige hulp in om beschadigd borstweefsel te voorkomen.

[Naar boven]

Vlakke of ingetrokken tepel
Veel vrouwen denken van dat ze ingetrokken tepels hebben, maar slechts 3% heeft daadwerkelijk ingetrokken tepels. Een ingetrokken tepel is vooral zichtbaar als je het koud hebt waarbij de tepel dan naar binnen trekt. Komt de tepel naar buiten, dan spreken we dus niet van een ingetrokken tepel, maar mogelijk van een vlakke tepel.

Wat kun je doen als de baby de tepel niet kan pakken:

  • Probeer de baby over te halen de borst toch te pakken; dit kun je doen door de borst te 'vormen' voor de baby, van mondhoek tot mondhoek;
  • Kolf een druppel moedermelk met de hand zodat je baby al wat proeft;
  • Masseer met de hand de tepel naar buiten of ga voorkolven waardoor de tepel ook naar buiten komt;
  • Draag eventueel tepelvormers die ervoor zorgen dat de tepel wat meer naar buiten komt en waardoor het spiertje achter de tepel iets wordt opgerekt; je kunt deze eventueel al aan het eind van de zwangerschap gebruiken.
  • Kies een goede aanleghouding waarbij het mondje goed zichtbaar is; door veel huid op huid contact wordt je baby gestimuleerd om de tepel te gaan zoeken;
  • In sommige gevallen biedt een tepelhoedje uitkomst; zorg er hierbij wel voor dat je baby een groot deel van het tepelhoedje in de mond neemt - dus niet alleen de top zoals bij een flesje.
    • Door het hoedje kan de melkproductie minder op gang komen of blijven omdat de tepel zelf minder gestimuleerd; kolf daarom enkele keren extra per dag om de productie goed op gang te houden;
    • Probeer na een tijdje of je baby zonder tepelhoedje aan de borst kan drinken; dit komt waarschijnlijk de duur van de borstvoeding ten goede;
  • Voorkom afkeer: borstvoeding moet prettig zijn voor jou én je baby en daarom kan het soms beter zijn om de voeding te beëindigen en deze af te kolven.

[Naar boven]

Te weinig melk
Dit probleem komt regelmatig voor, vooral na ongeveer zes weken wanneer er een dip(je) in de hoeveelheid borstvoeding is. Zeker als de voeding de eerste weken maar net toereikend was, kunnen dan problemen ontstaan. Zorg er dus voor dat vooral in de beginfase een ruime productie tot stand gebracht wordt, waarbij een beetje 'overproductie' geen kwaad kan.

Een aantal oorzaken van te weinig melkproductie:

  • De baby heeft te weinig tepelhof in de mond waardoor hij inefficiënt drinkt;
  • De baby benut niet alle 'zuigmomenten', omdat hij bijvoorbeeld veel op een speen zuigt;
  • De behoefte van de baby verandert: hij heeft meer melk nodig, waardoor het lijkt alsof de moeder ineens te weinig melk heeft.

Mogelijke oplossingen:

  • Controleer de aanleg- en drinktechniek en corrigeer deze indien nodig;
  • Leg vaker aan en/of ga vaker kolven;
  • Zorg ervoor dat je ontspannen bent omdat dat voor een goede toeschietreflex zorgt;
  • Bied beide borsten bij iedere voeding aan.

Als de melkproductie toch blijft afnemen, probeer dan een dag of weekend te plannen waarin je je helemaal mag terugtrekken. Een hele dag rust waarbij je je baby zoveel mogelijk aan de borst legt, kan ervoor zorgen dat je lichaam weer meer melk gaat aanmaken.

[Naar boven]

Te veel melk
Dit probleem komt minder vaak voor, maar is wel erg lastig omdat er een overvloed aan melk is die moeilijk in de hand te houden is. De oorzaak kan een hormonaal probleem zijn waardoor overmatige prolactine-afgifte plaatsvindt. Het is overigens geen probleem om een voorraadje borstvoeding in te vriezen en op een later tijdstip te gebruiken.

Mogelijke oplossingen:

  • Breng de productie heel geleidelijk terug;
  • Bied één borst per keer aan;
  • Laat bij een te heftige melkstroom eerst wat in een doek weglopen waarna je de baby aanlegt;
  • Laat de andere borst passief leeglopen;
  • Draag een stevige, niet knellende BH.

[Naar boven]