Wanneer je zwanger bent, kunnen
één of meerdere van onderstaande onderzoeken*) plaats vinden:
Sommige onderzoeken zijn 'standaard', anderen niet en daarom
vertellen we je er graag iets meer over.
Eerste bloedonderzoek 12e
week
Rond de 12e week van je zwangerschap krijg je een bloedonderzoek
waarbij gekeken wordt
naar:hemoglobinegehaltebloedgroeprhesus-D-factorirregulaire
erytrocytenantistoffen (IEA)syfilis (lues)hepatitis Bhiv Dit
onderzoek heet officieel Prenatale Screening Infectieziekten en
Erytrocytenimmunisatie (PSIE) en je krijgt dit aangeboden tijdens
de eerste controle bij je verloskundige.
[Naar boven]
Combinatietest
De combinatietest bestaat uit twee verschillende onderzoeken
waarmee de kans wordt berekend dat je een kindje met het
Downsyndroom krijgt.
De eerste test is een bloedonderzoek en dit vindt plaats tussen
de 9e en 14e week van je zwangerschap. Hierbij wordt een beetje
bloed bij jou afgenomen om twee stoffen (hormonen) te kunnen
meten.
De tweede test is een echo-onderzoek (of nekplooimeting) die
plaats vindt tussen de 11e en 14e week van de zwangerschap. Tijdens
deze echo wordt de dikte van de nekplooi van je kindje
gemeten.
Alle ongeboren kindjes hebben bij een zwangerschapsduur van 10 tot
14 weken een laagje vocht in hun nek, de nekplooi. Maar hoe dikker
die nekplooi, hoe groter de kans het kindje het Downsyndroom heeft.
Om de uitslag te bepalen, worden beide uitslagen gecombineerd met
de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de
zwangerschap.
Wanneer blijkt dat er een verhoogde kans bestaat op een kindje met
het syndroom van Down, krijg je altijd een vervolgonderzoek
aangeboden. Dit gebeurt ook als bij de nekplooimeting een nekplooi
van 3,5 millimeter of dikker wordt gemeten, zelfs als de uitslag
van de combinatietest geen verhoogde kans heeft uitgewezen.
Een nekplooi van minimaal 3,5 millimeter kan namelijk ook nog op
een andere aandoening wijzen. Uit het vervolgonderzoek (prenatale
diagnostiek) kan met zekerheid worden vastgesteld of je kindje het
Downsyndroom heeft. Dit vervolgonderzoek bestaat uit een
vlokkentest of een vruchtwaterpunctie.
[Naar boven]
Vlokkentest
Deze test kan uitgevoerd worden tussen de 10e en 13e week van de
zwangerschap waarbij een beetje weefsel van de moederkoek
(placenta) uit de baarmoeder wordt weggenomen. Dit kan zowel via de
buikwand als vaginaal gebeuren. Omdat het weefsel er vlokkig
uitziet, wordt dit de vlokkentest genoemd. Als het weefsel via de
buikwand wordt weggehaald, gebeurt dit met een naald die wordt
ingebracht in de onderbuik waarbij door middel van een
echo-apparaat de juiste plaats wordt bepaald. Als het weefsel via
de vagina wordt weggenomen, gebeurt dit met een dun tangetje of
slangetje. Hierbij lig je op een gynaecologische onderzoeksstoel en
wordt een speculum (eendenbek) ingebracht in de vagina. Met behulp
van een echo-apparaat kan de arts zien waar de moederkoek zit en zo
wat weefsel wegnemen.
[Naar boven]
Vruchtwaterpunctie
Rond de 16e week van de zwangerschap kan een vruchtwaterpunctie
gedaan worden om onderzoek te doen naar de chromosomen. De meest
voorkomende chromosoomafwijking veroorzaakt het Downsyndroom, maar
er kan ook gezocht worden naar vormen van een open ruggetje of open
schedel. Het wegnemen van vruchtwater gebeurt met een naald die via
de buikwand wordt ingebracht. Hiermee wordt vervolgens 15 - 20
milliliter vruchtwater opgezogen dat lichaamscellen van het kindje
bevat die onder andere van de huid komen. Deze cellen worden
vervolgens onderzocht op eventuele afwijkingen aan de chromosomen.
Het vruchtwater zelf wordt onderzocht op de stof
alpha-foetoproteïne. Als de hoeveelheid van deze stof verhoogd is,
is dit een aanwijzing voor een open ruggetje of andere lichamelijke
aandoening.
[Naar boven]
20-weken
echo
De 20-weken echo wordt ook wel structureel echoscopisch onderzoek
(SEO) genoemd. Met behulp van deze echo wordt onderzoek gedaan naar
eventuele lichamelijke afwijkingen bij het ongeboren kindje. Er
wordt uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de organen, maar
ook of het kindje goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.
Voorbeelden van afwijkingen die bij deze echo kunnen worden gezien,
zijn:open ruggetje;open schedel;waterhoofd;hartafwijkingen;breuk of
gat in het middenrif;breuk of gat in de buikwand;ontbreken of
afwijken van de nieren;ontbreken of afwijken van botten;afwijkingen
aan armen of benen. Deze 20-weken echo is overigens niet
bedoeld om het geslacht van je kindje te bepalen.
[Naar boven]
*) Bron: prenatalescreening.nl