maandag 27 juli 2015

Pasgeborene haakt in op hartslag en ademhaling van moeder

Tot de leeftijd van twee maanden zijn baby’s fysiologisch nog sterk verbonden met hun moeder. Pas daarna worden ze echt een sociaal zelfstandig wezentje.
Een mogelijke verklaring is een hypothese onder wetenschappers dat menselijke baby’s eigenlijk te vroeg geboren worden. Dat blijkt uit onderzoek van Martine
Van Puyvelde (VUB en KMS) waarover De Standaard bericht.

Baby’s die tegen hun moeder aanliggen, passen hun hartritme en ademhaling aan die van haar aan.
Ze ademen nog altijd sneller dan hun moeder, maar als zij vertraagt, doen zij het ook. Dat blijkt uit een beperkt experiment met elf moeders en baby’s. Martine Van
Puyvelde vroeg de moeders om afwisselend sneller en dan weer trager te gaan ademen, terwijl hun (geklede) baby op hen lag. Ze vroeg hen ook om niet in interactie
te gaan met hun kind. Het experiment werd uitgevoerd bij baby’s van amper één week, en vervolgens bij dezelfde kinderen en moeders herhaald op twee, vier, acht
en twaalf weken. Draadloze meetapparatuur registreerde de hartslag en het ademritme.

Patroon verandert

Tijdens de eerste drie meetmomenten bleken de baby’s
grotendeels het ritme van hun moeder te volgen. Op week vier slaagden enkele baby’s daar minder goed in, omdat ze last hadden van krampjes. Maar op week acht
waren ze weer helemaal mee. Vier weken later was het patroon veranderd: de baby’s volgden hun moeders ritme niet meer. Ze volgden hun eigen ritme.
Ze bleken ‘losgekoppeld’, concludeert Van Puyvelde. “Het is al langer een hypothese onder wetenschappers dat menselijke baby’s eigenlijk te vroeg geboren worden,
als gevolg van onze toegenomen hersenmassa doorheen de evolutie. Pas na enkele maanden maken ze echt de overgang van hun leven binnen de baarmoeder naar
daarbuiten. Niet toevallig ontwikkelen ze dan ook hun echte sociale glimlach.”

Fysiologische zelfregulatie

Wat Van Puyvelde eigenlijk in kaart bracht, was de fysiologische
zelfregulatie of wat wetenschappelijk RSA (Respiratory Sinus Arrhytmea) wordt genoemd: als we schrikken, gaat ons hart bonzen. Wanneer we rustig zijn, gaat het trager
kloppen. Die link is er ook met onze ademhaling: als we inademen, klopt ons hart sneller, als we uitademen, gaat het trager. Zelfregulatie is belangrijk omdat het mensen in
staat stelt om lichamelijk adequaat te reageren op sociale uitdagingen en stress. Bij baby’s is dit nog niet goed ontwikkeld. Hun jonge hartje klopt altijd snel. Het is iets wat ze
nog moeten leren, omdat zelfregulatie hen ook troostbaar maakt. Van Puyveldes experiment toont dat dit proces gedurende de eerste twee levensmaanden nog sterk afstemt
op de moeder. Daarna pas kunnen ze het alleen of is de basis toch gelegd. Fysiek contact met moeders, van wie de hartslag en de ademhaling vertrouwd klinken, draagt daar
dus toe bij. “Dit opent perspectieven voor de zorg aan premature baby’s. Bij kangoeroezorg is het misschien ook de rustige ademhaling van de moeder die mee bijdraagt tot de
ontwikkeling van het kind.”

Aaien of strelen

Aanraking in de vorm van aaien of strelen doet natuurlijk ook goed, maar dat sloot ze bewust uit dit onderzoek uit. De elf moeders
werden gefilmd om te controleren of ze toch niet toevallig een aai hadden gegeven. “We hadden gezegd dat het niet mocht, maar er waren natuurlijk moeders die het onbewust
wel deden. Bij het kind had dit een onmiddellijk effect: we zagen via onze meetapparatuur dat het tot rust kwam.” Voor de duidelijkheid: die meetmomenten werden niet meegenomen
in de resultaten. Van Puyvelde heeft haar onderzoek nog niet gepubliceerd. Dat gebeurt later dit jaar. Het werd aanvaard voor publicatie in het vakblad Biological Psychology.

Muzikaal duet

Eerder achterhaalde de onderzoekster, die een doctoraatstitel in de psychologie en een master in de muziek heeft, dat moeders die tegen jonge baby’s praten, dat in
een muzikale taal doen die zich tussen zingen en spreken situeert: heel gevarieerd, met uitgerekte klinkers en wisselingen in toonhoogte. Op de leeftijd van drie maanden ‘praat’ de
baby synchroon terug: hij pikt in waar de moeder stiltes laat vallen, en omgekeerd. Er ontstaat een soort van muzikaal duet, waarbij de een de ander uitlokt. Daardoor raken ze ook
weer emotioneel verbonden.

Deze duetten zijn meestal harmonieus of consonant. Van Puyvelde liet van zulke gesprekjes echte muziekopnames maken en liet die horen aan moeders
en baby’s. Daarnaast kregen ze ook dissonante muziekjes te horen. De baby’s kwamen fysiologisch alleen tot rust bij de harmonieuze liedjes. De andere liedjes deden hen niets.
Dit onderzoek werd gepubliceerd in Plos One.

Bron: De Standaard, 24-03-2015

%MCEPASTEBIN%