Voeding baby

Tijdens je zwangerschap ben je waarschijnlijk al aan het nadenken of je je baby straks borst- of flesvoeding gaat geven. Ben je er nog niet helemaal uit of twijfel je nog of je borstvoeding wilt geven? Misschien geven we je met onderstaande informatie net dat duwtje in de rug dat je nog nodig hebt!

Borstvoeding of toch flesvoeding?

Borstvoeding zorgt niet alleen voor een optimale start voor je baby, maar het is ook de meest natuurlijke manier om je baby te voeden. Jouw eigen lichaam maakt deze (mensen)melk zelf en deze melk is volledig afgestemd op jouw baby en waar hij op dat moment behoefte aan heeft.

In de jaren 70 waren er reclamecampagnes van de kunstvoedingfabrikant die ons toen deden geloven dat kunstvoeding net zo goed was voor baby's als borstvoeding. Inmiddels weten we wel beter en is zelfs wetenschappelijk bewezen dat het geven van borstvoeding veel gezondheidsvoordelen heeft ten opzichte van kunstvoeding.

Zo is kunstvoeding gemaakt van koemelk waardoor het geen levende cellen bevat die je baby kunnen beschermen; borstvoeding doet dat wel! De beschermende werking zit met name in de antistoffen die borstvoeding bevat. Deze antistoffen zijn nodig omdat je baby vlak na de geboorte nog een onrijpe afweer heeft en dus vatbaar is voor infecties. In jouw buik werd je baby ook beschermd tegen infecties en kreeg hij deze antistoffen via de placenta. Eenmaal buiten de buik heeft je baby dus borstvoeding nodig om zo goed mogelijk beschermd te worden tegen infecties.

Voordelen van borstvoeding:

  • Het is hygiënisch;
  • Het is goedkoop;
  • Het is altijd op de juiste temperatuur;
  • Het is altijd voorradig en bij de hand;
  • De samenstelling is altijd goed en past zich aan aan de behoefte van je kindje;
  • Er zitten antistoffen in die je kindje beschermen tegen allergieën en infecties;
  • Je raakt als moeder eerder je overtollige vetreserves kwijt;
  • De grootte van je baarmoeder herstelt zich sneller tot het formaat van vóór je zwangerschap.

Nadelen van borstvoeding:

  • Borstvoeding gaat niet vanzelf: jij en je baby moeten het leren. In het begin kan het nog best moeilijk zijn;
  • Je bent de enige die je kind kan voeden; je partner kan het niet van je overnemen. Dat is best pittig. Vooral in het begin als je baby nog vaak ’s nachts drinkt;
  • Je weet nooit hoeveel je baby precies heeft gedronken;
  • Je moet altijd in de buurt van je kind zijn. Ga je weer werken of wil je een dagje weg? Dan moet je kolven;
  • Als je kind eenmaal gewend is aan jouw tepel, dan wil hij misschien niet meer aan een flesje met afgekolfde melk drinken;
  • Je melkproductie hangt voor deel af van je lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Ben je moe of heb je last van stress? Dan maak je minder melk aan;
  • Als het niet zo lekker loopt, kun je last krijgen van pijn of andere lichamelijke klachten: tepelkloven of een borstontsteking;
  • Borstvoeding geven kan een grote druk op je leggen: je voelt je helemaal verantwoordelijk voor het welslagen van borstvoeding en de gezondheid van je kind. Als het dan niet lukt, kun je je voelen alsof je gefaald hebt;
  • Jij en je kind kunnen spruw krijgen;
  • Je partner kan zich buitengesloten voelen als hij niet kan bijdragen in het voeden van zijn kind;
  • Je moet oppassen met wat je eet en drinkt: alcohol kun je beter niet drinken. Ook van scherpe kruiden of koolsoorten kan je baby last krijgen;
  • Je moet ook oppassen met geneesmiddelen: sommige medicijnen gaan over in de moedermelk. Je kindje krijgt ze dan ook binnen;
  • Sommige moeders vinden het niet prettig om in het openbaar te voeden;
  • Je kunt niet zomaar stoppen met borstvoeding geven; dat moet je stapje voor stapje afbouwen.

Moedermelk voor baby       Baby aan de fles