Kunstvoeding

Borstvoeding is de natuurlijke start voor een pasgeborene. Als om medische of persoonlijke redenen het geven van borstvoeding niet mogelijk of gewenst is, kan kunstvoeding een goed alternatief zijn. Lichaamscontact en persoonlijke aandacht zijn van belang voor het goed verlopen van de voedingen en het tot stand brengen van een goede hechtingsrelatie tussen de ouders en de baby. Dit geldt zowel voor borstvoeding als voor kunstvoeding.

Tips voor het geven van kunstvoeding:

  • Voedt de baby zoveel mogelijk zelf. De baby leert op die manier dat je er steeds voor hem/haar bent. Als je ook anderen de fles wilt laten geven, is het van belang dat dit de eerste maanden alleen door dezelfde personen te laten doen.
  • Zorg dat de baby in een rustige ruimte wordt gevoed.
  • Houdt je baby dicht tegen je lijf als je hem/haar voedt, om zo de hechting  tussen jou en je baby positief te bevorderen. Bij borstvoeding hebben moeder en kind automatisch lichaamscontact, bij kunstvoeding is het goed om hier extra op te letten. Veel ouders vinden het heerlijk om hun baby bloot op bloot te voeden.
  • Een goede voedingshouding is erg belangrijk. Voeden kan goed op een stoel of bank waar  je ontspannen kunt zitten. Belangrijk is om per voeding te wisselen van arm. Na een voeding op de linkerarm, volgt dus een voeding op de rechterarm. Hierdoor ontwikkelt de baby geen voorkeurshouding.

Net als bij borstvoeding kun je bij het geven van de fles de baby zijn eigen voedingsritme laten bepalen. Dat kan door de voeding aan te bieden op het moment dat de baby er om vraagt. De meeste baby’s vragen iedere twee à drie uur om voeding. In de kraamperiode wordt de hoeveelheid kunstvoeding die de pasgeborene krijgt per 24 uur geleidelijk opgebouwd. De hoeveelheid kunstvoeding die een baby nodig heeft per 24 uur is afhankelijk van het lichaamsgewicht. Hiervoor geldt de volgende algemene richtlijn: de totale vochtbehoefte van een baby per 24 uur is: 150 ml kunstvoeding maal het aantal kilo lichaamsgewicht. De hoeveelheid kunstvoeding verdeel je vervolgens over 7 of 8 voedingen.

Als de baby zich niet uit zichzelf meldt voor een voeding kan het verstandig zijn de baby wakker te maken. Dit in verband met de bloedsuikerspiegel, dit is vooral de eerste dagen na de geboorte belangrijk. Ook komt het voor dat de baby zich vaker meldt dan volgens gewicht en leeftijd te verwachten is. De baby kan teveel voeding krijgen als je op deze voedingsbehoefte ingaat. Van belang is om dan in overleg met de verloskundige, het consultatiebureau of een arts de oorzaak te achterhalen. Voeden op verzoek mag niet leiden tot over- of ondervoeding. Gewoonlijk zit er een ruimte van twee tot vier uur tussen de voedingen.

Voor het op de juiste manier geven van voeding aan een pasgeborene gelden een aantal algemene richtlijnen:

  • De baby krijgt de voeding vanaf de geboorte om de twee a drie uur, max. 4 uur ertussen; de baby geeft zelf aan wanneer hij/zij honger heeft;
  • De daaropvolgende dagen hoog je de voeding op tot een maximum van 150 ml voeding per kilo lichaamsgewicht;
  • Richtlijn is om de hoeveelheid voeding per dag op te hogen met 10 ml; dit kan ook minder zijn, gelet op het gewicht van de baby;
  • Aan het einde van de kraamperiode krijgt de baby  gemiddeld zes tot acht voedingen per 24 uur. Deze hoeveelheid voeding blijft gehandhaafd tot het eerste consult door de Jeugdgezondheidszorg.

Iedere baby verliest na de geboorte gemiddeld 7% van het geboortegewicht, dit is normaal. In de meeste gevallen heeft de baby na veertien dagen het geboortegewicht weer bereikt (Multidisciplinaire Richtlijn Borstvoeding, 2015).

Pasgeborenen kunnen ‘regeldagen’ hebben. Dit zijn dagen waarop ze veel huilen en onrustig zijn. Ze zijn "zoekerig" en willen alleen maar zuigen. Regeldagen kunnen bij kunstvoeding anders zijn dan bij borstvoeding. Oorzaken van regeldagen kunnen zijn dat de pasgeborene gegroeid is en dus meer energie nodig heeft of meer behoefte heeft aan lichaamscontact (huidhonger). Door vaker om kunstvoeding te vragen, geeft de baby aan dat hij/zij meer voeding nodig heeft. Vaak vinden regeldagen plaats op de volgende momenten:

  • Rond tien tot veertien dagen na de geboorte;
  • Rond zes weken na de geboorte;
  • Rond drie maanden na de geboorte.

In overleg met het consultatiebureau kun je de hoeveelheid voeding wat verhogen en ingaan op de behoefte aan meer lichaamscontact.

Belangrijke informatie over flesvoeding

Zo is kunstvoeding gemaakt van koemelk waardoor het geen levende cellen bevat die je baby kunnen beschermen; borstvoeding doet dat wel! De beschermende werking zit met name in de antistoffen die borstvoeding bevat. Deze antistoffen zijn nodig omdat je baby vlak na de geboorte nog een onrijpe afweer heeft en dus vatbaar is voor infecties. In jouw buik werd je baby ook beschermd tegen infecties en kreeg hij deze antistoffen via de placenta. Eenmaal buiten de buik heeft je baby dus borstvoeding nodig om zo goed mogelijk beschermd te worden tegen infecties.